SOCIALE ROBOTS (Socially Assistive Robots, SARs).
Sociale robots zijn robots die interactie kunnen hebben met mensen. Ze zien eruit als mensen of hebben menselijke eigenschappen. Ze proberen zoveel mogelijk te handelen zoals wij als mens dat doen: ze bewegen bijvoorbeeld in de ruimte en reageren op spraak of een gezichtsuitdrukking. In verschillende sectoren zien we al sociale robots die taken overnemen van mensen.
Een sociale robot is in essentie een interface om te interacteren met een computer. De robot roept echter heel andere emoties op dan een gewone computer. Dat komt door de verschijningsvorm, de bewegingen, gezichtsuitdrukkingen en de manier waarop de robot op ons reageert. Omdat robots steeds meer op mensen lijken, hebben we er ook steeds meer menselijke interactie mee. Sommige mensen ontwikkelen zelfs vriendschappen of relaties met robots.
Hoe werkt een sociale robot?
Robots bestaan uit allerlei verschillende technologieën. Sommigen daarvan zijn al heel ver doorontwikkeld, terwijl andere nog volop in ontwikkeling zijn. We maken hierbij maken in de hardware en software.
- Hardware. Sociale robots bestaan uit allerlei hardware zoals sensoren, motoren en grippers. Het zijn verschillende technologieën die allemaal worden doorontwikkeld, waardoor de acties die robots uitvoeren steeds preciezer worden uitgevoerd. Sociale robots kunnen bijvoorbeeld steeds beter objecten oppakken, vasthouden en verplaatsen. Ook wordt onderzoek gedaan naar technologie die ervoor zorgt dat een robot een ‘echte’ huid lijkt te hebben die meebeweegt met gezichtsuitdrukkingen waardoor de robot steeds meer op een mens gaat lijken.
- Software. Voorheen werden robots door mensen geprogrammeerd met algoritmen. De robot liep dan een soort stappenplan af in de interactie met mensen. We zien nu dat verschillende AI-taalmodellen worden geïntegreerd in sociale robots. Daardoor leren robots beter bewegen en natuurlijker interacteren met mensen. De huidige AI-taalmodellen zijn nog steeds vooral getraind om interactie te hebben met volwassenen. Om goed met kinderen te interacteren, zal een robot (opnieuw) getraind moeten worden.
Â
Door deze ontwikkelingen en de beloften die bedrijven doen dat robots ons gaan ondersteunen bij alledaagse dingen, zullen we steeds hogere verwachtingen krijgen van sociale robots. Waar we bij een computer nog wel wat vertraging accepteren, verwachten we bij een mensachtige robot ook een menselijke -en dus een directe- reactie die goed aansluit op de context. We zullen steeds meer het gevoel krijgen dat de robot ons begrijpt. Het blijft echter een machine die werkt op basis van algoritmen.
Verschillende technologieën werken samen om een sociale robot goed te laten werken.
- De robot is fysiek aanwezig in een ruimte en gebruikt verschillende sensoren om de omgeving waar te nemen. Zo heeft de sociale robot camera’s om te ‘kijken’, een microfoon om te ‘luisteren’, luidsprekers om te ‘praten’ en druksensoren om aanraking te ‘voelen’. Soms is de robot uitgerust met gps om de positie te bepalen en navigatiesoftware om zich te verplaatsen. Via een wifi-verbinding kan de robot informatie opzoeken op internet of in een ander systeem.
- Met behulp van de sensoren komt informatie binnen in het computersysteem. De robot registreert bijvoorbeeld geluiden uit de omgeving. De robot analyseert de data. Dat gebeurt op basis van algoritmen die de mens heeft bedacht, op basis van zelflerende systemen zoals artificial intelligence (AI) of een combinatie van beide. Misschien koppelt de robot deze informatie ook aan gegevens uit een database. De software bepaalt op basis van de algoritmen welke acties de robot vervolgens uitvoert.
- Als de robot in actie komt, zal dat op een menselijke manier gebeuren. Denk aan een beweging met een arm, een vraag of een opmerking, al dan niet met gezichtsuitdrukking. Tegelijkertijd registreert de robot met sensoren wat het gevolg van deze actie is. Dat is weer nieuwe data die de robot waarneemt en analyseert. Zo gaat de interactie verder.
Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit. Ut elit tellus, luctus nec ullamcorper mattis, pulvinar dapibus leo.
